Bos t'Ename

Geschiedenis

Het Bos t'Ename ligt grotendeels op de steile valleiwand van de Schelde. De Scheldevallei rond Ename is een vruchtbaar gebied en was reeds bewoond in de prehistorie (Midden- en Nieuwe Ijzertijd). Rondom Ename zijn vijf prehistorische sites gekend, waarvan één in Bos t'Ename (Michelsbergcultuur). Delen van het bos zullen dus reeds toen ontgonnen voor landbouw en beweid geweest zijn door runderen, varkens en geiten. Op de archeologische site tegen de Schelde werden heel wat materiële sporen gevonden van prehistorische activiteit.

grens tussen bos en wastine
De historische grens (1290) tussen bos en wastine

Ename is ontstaan uit het Frankische villa-domein 'Ehinham', waarvan de kern gelegen was in het huidige Nederename. Het Bos t'Ename werd vrij zeker toen reeds gebruikt voor brandhout en beweiding. Grote delen waren immers 'gemene' gronden, die door de ganse dorpsgemeenschap mochten gebruikt worden, en voornamelijk dienden voor beweiding. Door beweiding verarmt het bos tot 'wastine'. De beweiding verhindert immers het opschieten van nieuwe bomen en struiken, en brengt schade toe aan de bestaande bomen.

Toen Ename een grenssstad werd van het Ottoonse Rijk, was het bos de bron bij uitstek van timmerhout, brandhout en houtskool (voor de ijzer- en bronsgieterij). Wanneer de abdij de Ottoonse nederzetting vervangt, gaat de exploitatie van het bos door de abdij en de dorpsgemeenschap gewoon door. Het abdijarchief en het historisch en paleobotanisch onderzoek leveren ons heel wat gegevens over de evolutie van het Bos t'Ename. Zo weten we bijv. dat de abdij in 1290 het bosontginninggebied voor productie van brand- en timmerhout scheidde van de wastinegebieden door een doornhaag en grote delen van het bos herbeplantte met jonge bomen. Dit is zowat de oudst gekende herbebossing in onze geschiedenis. Deze grens is nog steeds in het landschap zichtbaar.

 

De 'cava strata'
De 'cava strata'

Een ander, duidelijk zichtbaar, historisch element in Bos t'Ename is de holle weg die vanop de heuvelrug naar het dal liep en waarschijnlijk van prehistorische oorsprong is. De Michelbergsite ligt een paar honderd meter van deze weg. In de Romeinse tijd verbond deze weg de Romeinse weg en legerkamp op de heuvelkam, met de andere prehistorisch-Romeinse weg in het dal. In 1244 wordt deze weg in abdijgeschriften de 'cava strata' (holle weg) genoemd, wat wijst op zijn hoge ouderdom. Het rechtgetrokken tracé van de huidige weg ligt naast deze holle weg.

 

Een ander historisch overblijfsel is de konijnenberg of 'konijnheerde'. Na de laatste Ijstijd waren in Vlaanderen geen wilde konijnen meer aanwezig. Tijdens de middeleeuwen (12de en 13de eeuw) werd het tam konijn terug bij ons ingevoerd vanuit het zuiden. Deze konijnen waren niet meer in staat holen te graven, en werden gekweekt in een dergelijke heuvel met kunstmatige holen. Het konijn leverde vlees, toen vooral voor de adel en de abdij, en bont, waarvan kledingstukken en hoeden werden gemaakt. Naast deze konijnenberg ligt in Ename het 'Hoedemakersveld', een duidelijke verwijzing naar de bontwerker die dit veld in pacht had.

De
De konijnenberg