Voorraadkamer

Hoe werd voedsel bewaard?

Een groot probleem was de zeer beperkte houdbaarheid van voedsel. Zouten en pekelen hielpen om vlees, vis en groenten te conserveren. Gezouten haring was de meest geliefde vis. Tot de 12de eeuw waren de monniken de grootste producenten van zout in Europa. Roken gebeurde dan weer in speciale droog- en rookkamers.

Zuur was een van de meest geliefde smaken. Verjus, geperste onrijpe vruchten, kwam veelvuldig voor. Ook de Enaamse monniken legden hun voorraad aan. De meest voorkomende zuurmaker was azijn waarin vlees, vis, vruchten en groenten werden ingemaakt. Soms gebruikte men ook bier om er 'azijn' van te maken.

Slechts langzaam leerde men het conserveringsvermogen van honing en suiker kennen. Fruit bewaarde door het te konfijten of door er geleien of confituren van te maken. Overschotten aan fruit konden ook worden verwerkt tot alcohol. Met het sap produceerde men vruchtenwijn. Verder maakte men ook distillaten, oorspronkelijk gebruikt als medicijn.