Bewaren

Een belangrijke opdracht van het pam is het bewaren van de archeologica die worden verzameld. Behalve het eigen opgravingsmateriaal, schenkingen, bruiklenen en aankopen gaat het ook om materiaal dat wordt opgegraven door derden.
Om deze omvangrijke collectie goed te kunnen onderzoeken, beheren en ontsluiten is het noodzakelijk om elk binnenkomend voorwerp te registreren. Dit gebeurt op een wetenschappelijke en systematische manier, met behulp van internationaal vastgelegde standaarden, en in samenwerking met andere musea.

We streven ernaar om elk object en gegevensdrager in optimale omstandigheden te
bewaren, afhankelijk van het materiaal waaruit het werd vervaardigd.

Het conservatieatelier speelt hierbij een belangrijke rol: onmiddellijk na het binnenbrengen van de opgegraven artefacten moeten een aantal keuzes gemaakt worden die afhangen van de conditie en de aard van het materiaal. Wanneer een stuk uit zijn 2000 jaar oude bewaarplaats wordt gehaald (waarbij het zich min of meer had aangepast aan de omstandigheden van de bodem zoals bijvoorbeeld: zuurtegraad, vochtigheid, aanwezige zouten enz., ), wordt dit als het ware uit zijn beschermende omgeving gehaald. Van zodra het wordt blootgesteld aan de lucht kunnen corrosie, schimmels en andere aftakelingsprocessen optreden.
Doel van de conservatie is om het voorwerp in een stabiele conditie te brengen zodat het kan dienen als studieobject of in de collectie van het museum kan tentoongesteld worden.
Voorwerpen die niet worden getoond in het museum krijgen een onderkomen in onze depotruimtes.
De bewaring van de verzameling laat toe dat ze nu en in de toekomst steeds (opnieuw) kan worden onderworpen aan onderzoek en nieuwe onderzoeksmethodes en dat ze steeds kan worden ontsloten.